Hoe afhankelijk is jouw onderneming van Amerikaanse technologie? En wat gebeurt er als een belangrijke leverancier plots de toegang tot een essentiële dienst beperkt?
Voor veel Belgische kmo’s zijn e-mail, documentbeheer, cloudinfrastructuur, identiteitsbeheer en online samenwerking dagelijkse basisvoorzieningen. Wanneer meerdere bedrijfsprocessen van dezelfde leverancier afhangen, kan een juridische, politieke of operationele beslissing een grote impact hebben op de werking van de onderneming.
Digitale soevereiniteit betekent dat een onderneming voldoende controle behoudt over haar gegevens, technologie en kritieke bedrijfsprocessen om bewuste keuzes te maken en alternatieven te kunnen inzetten wanneer dat nodig is.
De recente Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof (ICC) illustreren waarom die controle ook een strategische kwestie is geworden. Voor mij is dat een reden om digitale soevereiniteit hoger op de agenda van Belgische bedrijfsleiders en IT-verantwoordelijken te plaatsen.
Wat betekent digitale soevereiniteit voor een onderneming?
Digitale soevereiniteit is het vermogen van een organisatie om controle te behouden over haar digitale gegevens, infrastructuur, software en technologische keuzes.
Dat vermogen wordt bepaald door verschillende factoren.
- Gegevensbeheer: waar bedrijfsgegevens worden opgeslagen, wie er toegang toe heeft en welke wetgeving van toepassing is.
- Leveranciersafhankelijkheid: welke ondernemingen nodig zijn om essentiële IT-diensten beschikbaar te houden.
- Operationele controle: wie systemen kan beheren, herstellen, aanpassen en migreren.
- Juridische controle: welke wetgeving en overheidsbevoegdheden invloed kunnen hebben op de dienstverlening.
- Uitwijkmogelijkheden: hoe de organisatie haar activiteiten kan voortzetten wanneer een leverancier of dienst wegvalt.
De locatie van een datacenter vertelt slechts een deel van het verhaal. Gegevens kunnen in België of elders in de Europese Unie staan, terwijl de dienst wordt geleverd door een onderneming die onder buitenlandse wetgeving valt.
Ook de technische afhankelijkheden verdienen aandacht. Softwarelicenties, identiteitsdiensten, beheerdersrechten, onderaannemers en integraties kunnen een overstap bemoeilijken.
Daarom beoordeel ik digitale soevereiniteit vanuit de volledige IT-architectuur. De centrale vraag is hoeveel controle een onderneming werkelijk heeft over de technologie die haar dagelijkse werking mogelijk maakt.
Het Internationaal Strafhof toont het strategische risico
Op 9 oktober 2026 berichtte Reuters over nieuwe Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof. De maatregelen kunnen gevolgen hebben voor financiële dienstverlening en zakelijke relaties met het ICC. Voor betrokken Amerikaanse partijen werd een overgangsperiode van zes maanden aangekondigd. De concrete gevolgen hangen af van de toepasselijke maatregelen, de betrokken partijen en eventuele uitzonderingen.
Bron: Reuters, 9 oktober 2026.
Deze situatie toont hoe geopolitieke beslissingen kunnen doorwerken in internationale dienstverlening. Financiële transacties, zakelijke ondersteuning en toegang tot bepaalde diensten kunnen onder druk komen te staan.
De gevolgen voor iedere afzonderlijke technologieleverancier moeten wel afzonderlijk worden beoordeeld. Uit de sancties alleen volgt niet dat alle Amerikaanse technologiebedrijven automatisch alle diensten aan het ICC of aan andere organisaties zullen stopzetten.
Het strategische vraagstuk blijft relevant. Wanneer een organisatie voor haar dagelijkse werking afhankelijk is van een beperkt aantal leveranciers, kunnen juridische of politieke maatregelen haar toegang tot essentiële diensten beïnvloeden.
Voor een internationale instelling kan dat de uitvoering van haar opdracht bemoeilijken. Voor een onderneming kan een vergelijkbare afhankelijkheid leiden tot onderbroken processen, gemiste deadlines en problemen met klanten.
De aanleiding verschilt per situatie. Het risico op verstoring van de bedrijfsvoering verdient in beide gevallen aandacht.
Waarom Belgische kmo’s hun technologieafhankelijkheid moeten kennen
Een Belgische kmo hoeft geen internationale instelling te zijn om sterk afhankelijk te worden van buitenlandse technologie.
Neem Microsoft 365. Een onderneming kan Exchange Online gebruiken voor e-mail, SharePoint voor documentbeheer, OneDrive voor persoonlijke werkbestanden en Teams voor communicatie. Microsoft Entra ID beheert ondertussen de identiteit en toegang van medewerkers tot toepassingen.
Deze combinatie biedt veel praktische voordelen. Medewerkers werken in een vertrouwde omgeving en verschillende toepassingen zijn onderling geïntegreerd.
De afhankelijkheid neemt echter toe wanneer de onderneming haar volledige werking rond hetzelfde ecosysteem organiseert.
Stel dat klantendocumenten in SharePoint staan, interne communicatie via Teams verloopt en toegangsrechten door Entra ID worden geregeld. Een overstap naar een andere omgeving vraagt dan meer dan het kopiëren van bestanden.
Ook toegangsrechten, gedeelde mailboxen, automatiseringen, applicatiekoppelingen, bewaarbeleid, back-ups en gebruikersprocedures moeten worden onderzocht. Medewerkers moeten mogelijk nieuwe toepassingen leren gebruiken. Bestaande bedrijfsprocessen kunnen aanpassingen vereisen.
Dat brengt migratiekosten en organisatorische inspanningen met zich mee. De onderneming moet rekening houden met licenties, technische voorbereiding, gegevensoverdracht, testen, opleiding en tijdelijke productiviteitsverliezen.
Daarom stel ik als ICT-infrastructuurarchitect een concrete vraag:
Kan deze onderneming haar essentiële activiteiten voortzetten als een belangrijke technologieleverancier morgen wegvalt?
Om die vraag te beantwoorden, moet een bedrijfsleider weten welke processen afhankelijk zijn van welke diensten, welke alternatieven beschikbaar zijn en hoeveel tijd een overstap werkelijk vraagt.
Europese gegevensopslag biedt niet alle garanties
Europese gegevensopslag kan bijdragen aan de bescherming van bedrijfsgegevens. De opslaglocatie alleen bepaalt echter niet welke juridische en operationele controle een onderneming heeft.
Een cloudomgeving kan gebruikmaken van datacenters binnen de Europese Unie, terwijl de leverancier of zijn moederbedrijf onder andere wetgeving valt. Ook technische ondersteuning, beheerrechten, software-updates en licenties kunnen afhankelijk zijn van organisaties buiten Europa.
Daarom moeten Belgische kmo’s minstens vier vragen beantwoorden.
1. Waar staan de gegevens?
Breng de opslaglocaties, back-uplocaties en gegevensstromen in kaart. Onderzoek ook of gegevens internationaal worden doorgegeven en onder welke voorwaarden.
2. Wie controleert de dienstverlening?
Bekijk de juridische structuur van de leverancier, de toepasselijke wetgeving, de beheertoegang en de rol van onderaannemers.
3. Welke bedrijfsprocessen zijn afhankelijk van de dienst?
Inventariseer de toepassingen, identiteitsdiensten, licenties en integraties die nodig zijn om de onderneming operationeel te houden.
4. Hoe snel kan de onderneming overstappen?
Controleer of gegevens in bruikbare formaten kunnen worden geëxporteerd, of configuraties overdraagbaar zijn en welke technische en contractuele beperkingen een migratie kunnen vertragen.
De Europese Commissie publiceerde op 17 april 2026 dat zij vier contracten voor soevereine clouddiensten had toegekend aan Europese aanbieders. Het gezamenlijke aanbestedingskader bedraagt maximaal 180 miljoen euro over zes jaar. De selectie moet onder meer diversificatie, veerkracht en het vermijden van afhankelijkheid van één leverancier ondersteunen.
Bron: Europese Commissie, 17 april 2026.
Dat toont dat digitale soevereiniteit kan worden vertaald naar concrete criteria voor de beoordeling van leveranciers.
Welke alternatieven zijn er voor Amerikaanse technologie?
Belgische ondernemingen kunnen verschillende architecturen onderzoeken om hun afhankelijkheid te verminderen. De beste keuze hangt af van de bedrijfsprocessen, de beveiligingsvereisten, de beschikbare kennis en de totale kosten.
Europese cloud- en samenwerkingsdiensten
Europese cloud- en samenwerkingsdiensten kunnen voor bepaalde toepassingen een alternatief bieden voor Microsoft 365 of Google Workspace.
Een oplossing zoals EU Drive kan bijvoorbeeld worden onderzocht voor specifieke behoeften rond bestanden en samenwerking. De werkelijke geschiktheid moet worden getoetst aan de vereiste functionaliteit, integraties, beveiliging, beheer en contractuele voorwaarden.
Controleer vooraf hoe de oplossing omgaat met gedeelde documenten, toegangsrechten, versiebeheer, mobiele gebruikers, back-ups en samenwerking met externe partijen.
Onderzoek ook de mogelijkheden om gegevens opnieuw te exporteren. Een Europese merknaam of een Europees datacenter bewijst op zichzelf niet dat een dienst volledig onder Europese controle staat.
Open source en eigen infrastructuur
Open-sourcesoftware kan organisaties meer vrijheid geven bij hun softwarekeuzes en systeembeheer.
Afhankelijk van de vereisten kan een onderneming bijvoorbeeld Nextcloud onderzoeken voor bestandsdeling en samenwerking, of Linux inzetten voor bepaalde servers en werkstations. Eigen infrastructuur of hosting bij een Europese aanbieder kan bijkomende controle bieden over de technische omgeving.
Daar staan verantwoordelijkheden tegenover. De organisatie moet zorgen voor updates, beveiliging, monitoring, beschikbaarheid, herstelprocedures en ondersteuning.
Ook open source vraagt voldoende kennis en documentatie. Wanneer slechts één medewerker een systeem kan beheren, ontstaat een operationeel risico dat de onafhankelijkheid opnieuw beperkt.
De juiste keuze volgt uit de bedrijfsbehoefte, de beschikbare expertise en de totale beheerkosten.
Een hybride IT-architectuur
Een onderneming hoeft niet noodzakelijk haar volledige IT-omgeving te vervangen.
Een hybride architectuur kan een praktische tussenstap zijn. De onderneming behoudt bijvoorbeeld bestaande clouddiensten waar die goed aansluiten op de bedrijfsbehoeften, terwijl ze voor bepaalde gegevens, back-ups of toepassingen kiest voor een omgeving met meer controle.
Daarbij zijn duidelijke afspraken nodig over gegevensstromen, toegangsbeheer, verantwoordelijkheid en herstelprocedures.
Het doel is dat de onderneming haar afhankelijkheden bewust beheert en weet welke alternatieven beschikbaar zijn wanneer een essentiële dienst niet langer bruikbaar is.
Hoe maak je digitale soevereiniteit concreet?
Digitale soevereiniteit vraagt een plan dat aansluit op de bedrijfsrisico’s en het beschikbare budget. Ik raad Belgische kmo’s aan om de volgende stappen te doorlopen.
Stap 1: inventariseer de afhankelijkheden
Maak een overzicht van de belangrijkste leveranciers, cloudtoepassingen, identiteitsdiensten, netwerkcomponenten, back-ups en contracten.
Leg per toepassing vast welk bedrijfsproces ervan afhankelijk is en wat er gebeurt als de dienst uitvalt.
Stap 2: bepaal de bedrijfsimpact
Welke systemen zijn noodzakelijk voor facturatie, klantencommunicatie, productie of dienstverlening?
Bepaal hoe lang de onderneming zonder elke toepassing kan werken en hoeveel gegevensverlies aanvaardbaar is. Zo worden de prioriteiten voor herstel en uitwijk duidelijk.
Stap 3: onderzoek de uitstapmogelijkheden
Controleer de exportmogelijkheden, contractuele opzegvoorwaarden, gegevensformaten, licentieafhankelijkheden en beschikbare alternatieven.
Maak vervolgens een realistische raming van de migratiekosten, de benodigde personeelsinzet en de mogelijke impact op medewerkers en klanten.
Stap 4: test een alternatief
Begin met één afgebakend onderdeel, zoals back-up, bestandsdeling of een interne applicatie.
Test de oplossing met representatieve gegevens en gebruikers. Beoordeel de prestaties, beveiliging, beheerlast en herstelmogelijkheden. Controleer ook of de oplossing onder tijdsdruk kan worden ingezet.
Stap 5: leg beslissingen vast
Neem de belangrijkste leveranciersafhankelijkheden op in het IT-risicoregister. Wijs verantwoordelijken aan en documenteer welke alternatieven beschikbaar zijn.
Plan periodieke controles en herhaal tests wanneer de architectuur of de contractuele voorwaarden veranderen.
Deze aanpak maakt het mogelijk om investeringen over meerdere budgetcycli te spreiden. De onderneming hoeft daardoor niet te wachten op een incident voordat ze haar alternatieven onderzoekt.
Welke rol speelt Europa?
Individuele ondernemingen kunnen hun eigen IT-architectuur verbeteren, maar voor een breed aanbod aan Europese alternatieven zijn ook investeringen in technologie, kennis en infrastructuur nodig.
Op 3 juni 2026 presenteerde de Europese Commissie het European Technological Sovereignty Package. Het pakket bevat voorstellen en initiatieven rond halfgeleiders, cloud, artificiële intelligentie en open-sourcesoftware.
Bron: Europese Commissie, 3 juni 2026.
De doelstelling is onder meer de technologische capaciteit van Europa te versterken en de keuzemogelijkheden voor ondernemingen en overheden te vergroten.
Voor Belgische kmo’s moet dat uiteindelijk leiden tot oplossingen die op kwaliteit, prijs, veiligheid en beheerbaarheid kunnen worden beoordeeld.
Overheden kunnen hieraan bijdragen door bij aanbestedingen rekening te houden met leveranciersafhankelijkheid, open standaarden en de mogelijkheid om gegevens en diensten over te dragen. Investeringen in Europese technologie en technische kennis zijn eveneens nodig.
Europese alternatieven moeten bovendien betaalbaar blijven en voldoende ondersteuning bieden. Anders blijven veel kmo’s aangewezen op de diensten die voor hen operationeel en financieel haalbaar zijn.
Mijn advies: maak afhankelijkheid zichtbaar voordat ze een probleem wordt
Als ICT-infrastructuurarchitect bekijk ik digitale soevereiniteit als een onderdeel van goed IT-beheer en risicomanagement.
Een onderneming moet haar bestaande technologie niet zomaar vervangen. Ze moet wel begrijpen welke afhankelijkheden ze heeft, welke gevolgen die kunnen hebben en welke mogelijkheden er zijn om haar activiteiten voort te zetten.
Ik raad bedrijfsleiders aan om drie concrete beslissingen te nemen:
- Breng de afhankelijkheden van kritieke technologieleveranciers in kaart.
- Onderzoek voor elke essentiële dienst minstens één geloofwaardig alternatief.
- Test of de onderneming haar gegevens en bedrijfsprocessen binnen een aanvaardbare termijn kan overzetten of herstellen.
Voor sommige ondernemingen blijft Microsoft 365 de meest geschikte oplossing. Andere organisaties kunnen voordeel halen uit Europese clouddiensten, open source of eigen infrastructuur.
De keuze moet gebaseerd zijn op de bedrijfsprocessen, de beveiligingsvereisten, de beschikbare expertise, de continuïteitsrisico’s en de totale kosten.
Digitale soevereiniteit begint bij inzicht in de technologie waarvan je onderneming afhankelijk is.
Peritus Consult helpt Belgische ondernemingen om hun ICT-infrastructuur, cloudkeuzes en leveranciersafhankelijkheden te beoordelen vanuit hun bedrijfsdoelstellingen.
Zo kunnen bedrijfsleiders onderbouwde beslissingen nemen over controle, continuïteit, beveiliging en kosten.
De vraag die elke bedrijfsleider zich moet stellen: hoeveel controle heeft mijn onderneming over de technologie die haar werking mogelijk maakt?

Daniël Van Dromme
Ik ben een Systems Integrator en Infrastructure Architect met meer dan 28 jaar professionele ervaring. Mijn mening is mijn eigen mening en de visie van Peritus Consult.
