OPINION | Digitale autonomie, Europese cloud en strategische IT-keuzes
Digitale autonomie staat tegenwoordig op de agenda van heel wat bedrijven. Organisaties willen minder afhankelijk worden van grote Amerikaanse technologiebedrijven, meer controle krijgen over hun bedrijfsgegevens en hun kritieke IT-infrastructuur beter kunnen beheren.
De bezorgdheid is terecht. Europese ondernemingen zijn voor een groot deel van hun digitale werking afhankelijk geworden van een beperkt aantal internationale technologiebedrijven, zoals Microsoft, Google en Amazon.
Het goede nieuws? Digitale autonomie staat bij de meeste bedrijven op de agenda.
Het slechte nieuws? Overstappen naar Europese alternatieven gebeurt nauwelijks.
Ik zie daarin een belangrijk strategisch probleem. Bedrijven erkennen hun afhankelijkheid, bespreken de risico’s en formuleren ambities. Maar zodra die ambities gevolgen hebben voor budgetten, bestaande contracten, werkmethodes en de IT-architectuur, wordt het bijzonder stil.
Digitale autonomie vraagt om concrete beslissingen. En die verantwoordelijkheid ligt ook bij de bedrijven zelf.
Digitale autonomie begint bij de aankoopbeslissing
Een interessant voorbeeld komt uit een onderzoek van de Nederlandse Autoriteit Consument & Markt (ACM), gepubliceerd op 28 oktober 2026.
De ACM onderzocht de afhankelijkheid van Nederlandse energieleveranciers van grote Amerikaanse cloudproviders. Het onderzoek bevestigt een herkenbaar patroon: digitale autonomie staat bij de meeste onderzochte bedrijven op de agenda, maar concrete overstappen blijven beperkt.
De belangrijkste obstakels zijn:
- Kosten: een migratie naar een andere cloudprovider brengt investeringen met zich mee.
- Technische afhankelijkheden: bestaande IT-systemen, applicaties en bedrijfsprocessen zijn sterk met elkaar verweven.
- Functionaliteit: sommige Europese alternatieven bieden volgens gebruikers nog onvoldoende mogelijkheden.
- Operationele risico’s: een migratie kan de dagelijkse bedrijfsvoering verstoren.
- Afwachtende houding: bedrijven wachten op initiatieven van concurrenten of de overheid.
Opvallend is dat organisaties die wel geheel of gedeeltelijk overstapten naar een Europese cloudprovider positief zijn over hun nieuwe situatie. Sommige bedrijven rapporteerden zelfs verbeteringen op het vlak van kosten, functionaliteit en flexibiliteit.
Dat maakt de resultaten bijzonder interessant.
Hoeveel bedrijven hebben hun afhankelijkheid daadwerkelijk onderzocht? En hoeveel gebruiken de complexiteit van een migratie als reden om voorlopig niets te veranderen?
Bron: ACM, Digitale autonomie staat op de agenda, maar overstappen gebeurt weinig.
Leveranciers wachten op hun klanten
Een ander voorbeeld illustreert het probleem vanuit de leverancierskant.
Een organisatie zocht software om verbeteringen en suggesties van medewerkers te registreren en op te volgen. De gekozen oplossing kwam van een Europese softwareleverancier en werd binnen de Europese Unie gehost.
Bij nader onderzoek bleek de software echter te draaien op infrastructuur van een Amerikaanse cloudprovider.
De leverancier kon ook Europese infrastructuur aanbieden. Die mogelijkheid was echter geen standaardonderdeel van de dienstverlening. Een afzonderlijke configuratie voor één klant kreeg weinig prioriteit, omdat er nauwelijks vraag naar was.
Dit voorbeeld toont hoe indirecte afhankelijkheden ontstaan.
Een organisatie kiest bewust voor een Europese softwareleverancier, maar krijgt via de achterliggende infrastructuur alsnog te maken met een niet-Europese technologieaanbieder.
Voor bedrijven betekent dit dat een beoordeling van de softwareleverancier alleen onvoldoende is. Ook de volledige technische keten verdient aandacht.
Stel daarom de volgende vragen:
- Wie beheert de onderliggende infrastructuur?
- Waar worden bedrijfsgegevens opgeslagen en verwerkt?
- Wie heeft toegang tot de gegevens en de systemen?
- Welke onderaannemers zijn betrokken?
- Onder welke rechtsmacht vallen de betrokken ondernemingen?
- Welke technologieën zijn noodzakelijk om de dienstverlening operationeel te houden?
Zonder die informatie blijft digitale autonomie grotendeels een marketingbegrip.
Europese alternatieven krijgen onvoldoende kansen
Europa beschikt over technologiebedrijven, cloudproviders en open sourceprojecten die voor heel wat zakelijke toepassingen bruikbaar zijn.
Denk aan Europese cloudinfrastructuur, open source kantoorsoftware, samenwerkingsplatformen, Linux-gebaseerde serveromgevingen en alternatieven voor commerciële SaaS-diensten.
Toch blijven veel organisaties vasthouden aan hun bestaande leveranciers.
Daarvoor bestaan begrijpelijke redenen.
Microsoft 365 is bijvoorbeeld diep geïntegreerd in de dagelijkse werking van veel ondernemingen. Outlook, Teams, SharePoint, OneDrive, Exchange Online en Microsoft Entra ID vormen samen een ecosysteem waarin gebruikers, applicaties en bedrijfsprocessen met elkaar verbonden zijn.
Een overstap raakt bijgevolg veel meer dan alleen de kantoorsoftware.
Ook documentformaten, identiteitsbeheer, toegangsrechten, mobiele toestellen, back-up, archivering, automatisering en externe koppelingen spelen een rol.
Een Europees alternatief moet daarom beoordeeld worden op zijn volledige functionele en technische mogelijkheden.
Maar er is ook een andere kant aan dit verhaal.
Wanneer Europese alternatieven nooit een kans krijgen in echte bedrijfsomgevingen, krijgen leveranciers onvoldoende feedback en commerciële stimulansen om hun producten verder te ontwikkelen.
Dat creëert een vicieuze cirkel: bedrijven wachten op betere alternatieven en leveranciers wachten op voldoende klanten.
Een proefproject zonder evaluatie helpt niemand
Een interessant voorbeeld komt uit Denemarken.
In juni 2025 startte het Deense ministerie van Digitalisering een proefproject met Collabora, een open sourcealternatief voor Microsoft Office dat gebaseerd is op LibreOffice.
Een groep medewerkers testte de software binnen de bestaande werkomgeving. Het doel was te onderzoeken of Collabora kon voldoen aan de dagelijkse behoeften op het vlak van documentbewerking, spreadsheets, presentaties en samenwerking.
Tijdens de proef kwamen verschillende technische aandachtspunten naar voren, waaronder problemen met documentopmaak en het bijhouden van wijzigingen.
In oktober 2026 berichtte iBestuur dat het project voortijdig was beëindigd zonder de oorspronkelijk geplande evaluatie. Collabora gaf daarbij aan dat verschillende gemelde technische problemen door zijn engineers waren onderzocht en opgelost. Volgens de leverancier verloor de proef haar oorspronkelijke organisatorische context door een reorganisatie van de Deense overheid.
Een formele evaluatie van de uiteindelijke geschiktheid van de oplossing kwam er niet.
Voor mij zit de belangrijkste les in de manier waarop organisaties met zulke experimenten omgaan.
Een migratie naar een andere technologie vraagt voorbereiding, testen en aanpassingen. Problemen met documentopmaak of gebruikerservaring zijn relevante bevindingen. Ze moeten onderzocht worden en leiden tot verbeteringen of een onderbouwde beslissing.
Een proefproject zonder degelijke evaluatie levert weinig kennis op voor andere organisaties.
Wie digitale autonomie ernstig neemt, moet bereid zijn om tijd en middelen te investeren in het testen van alternatieven. Ook wanneer het eerste resultaat niet onmiddellijk aan alle verwachtingen voldoet.
Bronnen: iBestuur, Denemarken stopt stilzwijgend met alternatief voor Microsoft Office, Collabora, reactie op het Deense proefproject.
Digitale autonomie betekent niet dat alles Europees moet zijn
Ik vind het belangrijk om digitale autonomie correct te definiëren.
Een onderneming hoeft niet plots alle Amerikaanse technologie te vervangen door Europese producten. Dat zou voor veel organisaties technisch, operationeel en financieel onrealistisch zijn.
Digitale autonomie betekent voor mij dat een onderneming voldoende controle behoudt over haar eigen digitale werking.
Dat omvat verschillende aspecten.
1. Controle over gegevens
Weten waar bedrijfsgegevens worden opgeslagen en verwerkt, wie toegang heeft en welke juridische verplichtingen gelden.
2. Controle over infrastructuur
Inzicht hebben in de cloudproviders, hostingpartijen en onderliggende technologie waarop bedrijfsprocessen steunen.
3. Keuzevrijheid
Kunnen overstappen naar een andere leverancier zonder dat dit een onbetaalbaar of technisch onhaalbaar project wordt.
4. Beheerbaarheid
Zelf voldoende zeggenschap behouden over configuratie, beveiliging, toegangsbeheer en continuïteit.
5. Operationele onafhankelijkheid
Kritieke bedrijfsprocessen kunnen blijven functioneren wanneer een externe leverancier tijdelijk niet beschikbaar is.
Een Europese leverancier is daarbij vaak een interessante keuze, maar de vestigingsplaats alleen geeft onvoldoende zekerheid.
Een Europese onderneming die haar volledige dienstverlening op Amerikaanse infrastructuur bouwt, blijft afhankelijk van die infrastructuur.
Omgekeerd kan een organisatie bepaalde Amerikaanse technologie blijven gebruiken en toch haar digitale weerbaarheid verbeteren door gegevensportabiliteit, alternatieve toegangsmogelijkheden, eigen back-ups en een uitgewerkt exitplan.
Het gaat om bewuste keuzes en inzicht in de afhankelijkheden.
Wat kunnen Belgische kmo’s concreet doen?
Voor een Belgische kmo hoeft digitale autonomie geen omvangrijk transformatieprogramma te worden.
Ik zou beginnen met een inventarisatie van de bestaande afhankelijkheden.
1. Breng de volledige IT-keten in kaart
Maak een overzicht van de belangrijkste digitale diensten en hun achterliggende infrastructuur.
Denk aan:
- Microsoft 365 of Google Workspace.
- Cloudhosting en virtuele servers.
- CRM- en ERP-software.
- Boekhoudkundige en administratieve toepassingen.
- Back-up- en archiveringsdiensten.
- Identiteitsbeheer en authenticatie.
- Communicatie- en samenwerkingsplatformen.
Breng per dienst in kaart wie de leverancier is, waar de gegevens worden verwerkt, welke onderaannemers betrokken zijn en welke technische afhankelijkheden bestaan.
Kijk ook naar de impact wanneer een dienst uitvalt of een leverancier de toegang beperkt.
2. Onderzoek Europese alternatieven
Vergelijk bestaande oplossingen op basis van concrete bedrijfsbehoeften.
Enkele voorbeelden:
| Technologie | Europese of open source alternatieven |
|---|---|
| Cloudinfrastructuur | OVHcloud, Hetzner, Scaleway |
| Kantoorsoftware | Collabora, LibreOffice |
| Samenwerking | Nextcloud |
| Virtualisatie | Proxmox VE |
| Besturingssystemen | Debian, Ubuntu |
| E-mail en samenwerking | Stalwart, grommunio |
| Identiteitsbeheer | Univention Corporate Server |
Deze voorbeelden zijn geen automatische aanbevelingen.
De geschiktheid hangt af van functionaliteit, beheerlast, beveiliging, ondersteuning, integratiemogelijkheden en totale eigendomskosten.
Voor sommige bedrijven is een volledig beheerde cloudomgeving de juiste keuze. Andere ondernemingen kunnen met open source en eigen infrastructuur meer controle krijgen.
De uiteindelijke keuze moet aansluiten bij de technische mogelijkheden en de bedrijfsdoelstellingen.
3. Begin met een afgebakende proef
Vervang niet meteen een volledig bedrijfsplatform.
Kies een toepassing met een beperkte bedrijfsimpact en test een alternatief in een realistische omgeving.
Bijvoorbeeld:
- Een interne kennisbank met Nextcloud of BookStack.
- Een afzonderlijke documentomgeving met Collabora.
- Een Linux-gebaseerde server voor een specifieke bedrijfsapplicatie.
- Een Europese VPS voor een niet-kritieke toepassing.
- Een alternatieve back-upomgeving buiten de bestaande cloudprovider.
Meet de resultaten. Controleer prestaties, beveiliging, gebruikerservaring, beheertijd, licentiekosten en herstelmogelijkheden.
Een proefproject moet eindigen met een beslissing: verder uitbreiden, aanpassen of stoppen.
Leg ook vast waarom.
4. Neem exitmogelijkheden op in contracten
Digitale autonomie begint bij de aankoop van een IT-dienst.
Vraag leveranciers vooraf hoe een overstap naar een andere aanbieder verloopt.
Controleer onder meer:
- Kunnen gegevens in een bruikbaar en gedocumenteerd formaat worden geëxporteerd?
- Zijn er kosten verbonden aan gegevensoverdracht?
- Hoe lang blijft toegang beschikbaar na beëindiging van het contract?
- Kunnen configuraties en gebruikersgegevens worden meegenomen?
- Welke technische ondersteuning biedt de leverancier tijdens een migratie?
- Kunnen diensten van verschillende aanbieders naast elkaar functioneren?
De Europese Data Act bevat regels die het overstappen tussen dataverwerkingsdiensten moeten vergemakkelijken.
De verordening is sinds 12 september 2025 van toepassing. Voor cloudproviders geldt dat zij tijdens de overgangsperiode nog beperkte, rechtstreeks verbonden overstapkosten mogen aanrekenen. Vanaf 12 januari 2027 worden overstapkosten afgeschaft.
Dat maakt de Data Act relevant bij nieuwe IT-aankopen en contractverlengingen.
Meer informatie: Europese Commissie, Data Act uitgelegd.
5. Bereid een alternatief voor kritieke diensten voor
Niet iedere toepassing moet onmiddellijk worden gemigreerd.
Voor kritieke diensten is het wel verstandig om te weten hoe de onderneming verder werkt wanneer een leverancier tijdelijk wegvalt.
Denk aan:
- Een alternatieve communicatieprocedure.
- Onafhankelijke back-ups.
- Herstelbare identiteitsgegevens.
- Toegang tot essentiële bedrijfsinformatie.
- Een gedocumenteerd herstel- en migratieplan.
Test die scenario’s ook daadwerkelijk.
Een back-up die nooit werd teruggezet, bewijst nog niet dat een organisatie haar gegevens kan herstellen.
Europa moet ook zelf verantwoordelijkheid nemen
De verantwoordelijkheid ligt niet uitsluitend bij individuele bedrijven.
Europese technologiebedrijven hebben klanten nodig die bereid zijn hun producten te gebruiken, te testen en er constructieve feedback over te geven.
Overheden kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.
Door Europese oplossingen op te nemen in aanbestedingen en zelf als eerste klant op te treden, kunnen overheden de vraag naar Europese technologie vergroten.
De Europese Commissie heeft op 3 juni 2026 het European Technological Sovereignty Package voorgesteld. Dit pakket bevat initiatieven rond halfgeleiders, artificiële intelligentie, cloudinfrastructuur en open source.
Een belangrijk onderdeel is de Europese opensourcestrategie, die de ontwikkeling en toepassing van open sourceoplossingen binnen Europa wil ondersteunen.
Ook op het vlak van cloudinfrastructuur zijn er concrete stappen.
Op 17 april 2026 kende de Europese Commissie een cloudopdracht toe met een maximale waarde van 180 miljoen euro over zes jaar. Vier leveranciers werden geselecteerd om Europese instellingen en agentschappen van soevereine clouddiensten te voorzien.
Onder de geselecteerde partijen bevindt zich ook het Belgische Proximus, dat samenwerkt met verschillende technologiepartners.
De aanbesteding houdt rekening met onder meer juridische controle, operationeel beheer, beveiliging, technologische onafhankelijkheid en transparantie over de toeleveringsketen.
Dat toont dat Europese instellingen zelf stappen zetten in hun aankoopbeleid.
Ook België heeft hierin een verantwoordelijkheid. Publieke instellingen, overheidsbedrijven en organisaties die met gevoelige gegevens werken, kunnen door hun aankoopbeslissingen mee bepalen welke technologiebedrijven in Europa kunnen groeien.
Daarvoor is een consequent beleid nodig. Europese alternatieven moeten daadwerkelijk kunnen deelnemen aan aanbestedingen en beoordeeld worden op hun technische en economische waarde.
Bronnen: Europese Commissie, Technologische soevereiniteit en Europese Commissie, Europese cloudopdracht.
Mijn standpunt: wachten is ook een strategische beslissing
Digitale autonomie staat ondertussen op de agenda van heel wat organisaties. Dat is een goede ontwikkeling.
Maar een vermelding in een IT-strategie verandert niets aan de bestaande afhankelijkheden.
Zolang bedrijven hun leveranciers blijven kiezen op basis van vertrouwde ecosystemen, bestaande integraties en onmiddellijk gebruiksgemak, blijft de markt grotendeels dezelfde.
Ik begrijp dat een migratie naar een ander platform geld, tijd en technische expertise vraagt. Ik begrijp ook dat Microsoft 365, AWS en Google Cloud voor veel organisaties uitstekende diensten aanbieden.
Die diensten kunnen perfect deel uitmaken van een doordachte IT-strategie.
Maar ik vind dat iedere bedrijfsleider minstens moet kunnen antwoorden op deze vraag:
Wat gebeurt er met mijn onderneming wanneer een belangrijke technologiepartner morgen wegvalt, de toegang beperkt of de voorwaarden ingrijpend verandert?
Wie daarop geen concreet antwoord heeft, kent zijn digitale afhankelijkheid onvoldoende.
Mijn advies aan Belgische kmo’s is eenvoudig: maak digitale autonomie onderdeel van iedere belangrijke IT-beslissing.
Onderzoek alternatieven. Voer gerichte proefprojecten uit. Neem overstapmogelijkheden mee in contracten en zorg ervoor dat kritieke bedrijfsgegevens beschikbaar blijven wanneer een leverancier wegvalt.
Je hoeft daarvoor niet morgen je volledige IT-omgeving te vervangen.
Begin met één toepassing. Eén leverancier. Eén afhankelijkheid die je beter onder controle wilt krijgen.
De Europese alternatieven bestaan. De vraag is hoeveel ondernemingen bereid zijn ze daadwerkelijk een kans te geven.
Veelgestelde vragen over digitale autonomie
Wat betekent digitale autonomie voor een onderneming?
Digitale autonomie betekent dat een onderneming voldoende controle en keuzevrijheid behoudt over haar gegevens, software, infrastructuur en digitale dienstverlening. De organisatie moet haar afhankelijkheden kennen en over realistische mogelijkheden beschikken om van leverancier of technologie te veranderen.
Moet een bedrijf volledig overstappen naar Europese software?
Nee. Een onderneming kan ook met niet-Europese technologie werken en tegelijk haar digitale autonomie verbeteren. Denk aan onafhankelijke back-ups, gegevensportabiliteit, duidelijke contractuele afspraken en alternatieve infrastructuur.
Wat is het verschil tussen digitale autonomie en digitale soevereiniteit?
De begrippen worden vaak door elkaar gebruikt. Digitale autonomie verwijst doorgaans naar de controle en keuzevrijheid van een organisatie. Digitale soevereiniteit wordt vaker gebruikt voor de bredere controle van een land of regio over technologie, infrastructuur, gegevens en regelgeving.
Zijn Europese cloudproviders automatisch veiliger?
Nee. De geografische locatie van een datacenter bepaalt op zichzelf de beveiligingskwaliteit niet. Ook toegangsbeheer, encryptie, operationele controle, incidentbeheer, onderaannemers en toepasselijke wetgeving moeten worden onderzocht.
Hoe kan een kmo beginnen met digitale autonomie?
Begin met een inventarisatie van de belangrijkste IT-diensten en hun afhankelijkheden. Onderzoek vervolgens geschikte Europese alternatieven en test één toepassing in een beperkte omgeving. Neem ook gegevensportabiliteit en exitmogelijkheden mee in nieuwe contracten.
Is open source noodzakelijk voor digitale autonomie?
Nee. Open source kan bijdragen aan controle, transparantie en keuzevrijheid. De broncode kan worden onderzocht en, binnen de voorwaarden van de licentie, aangepast. De organisatie blijft wel verantwoordelijk voor beheer, beveiliging, updates en continuïteit.
Wat is de impact van de Europese Data Act op cloudgebruikers?
De Data Act bevat regels die het overstappen tussen cloud- en andere dataverwerkingsdiensten moeten vergemakkelijken. Cloudproviders moeten onder meer overstapmogelijkheden en gegevensoverdracht ondersteunen. Vanaf 12 januari 2027 mogen zij geen overstapkosten meer aanrekenen zoals bedoeld in de verordening.
Hoe Peritus Consult kan helpen
Peritus Consult helpt Belgische ondernemingen bij het beoordelen van hun IT-infrastructuur, cloudstrategie en technologiekeuzes.
Digitale autonomie begint met inzicht in de bestaande omgeving en de afhankelijkheden die de bedrijfscontinuïteit kunnen beïnvloeden.
Wil je weten hoe afhankelijk jouw onderneming is van haar huidige technologiepartners? Bespreek je IT-omgeving met Peritus Consult.
Peritus Consult | IT-infrastructuur, cloud en security met oog voor de bedrijfsdoelstellingen.

Daniël Van Dromme
Ik ben een Systems Integrator en Infrastructure Architect met meer dan 28 jaar professionele ervaring. Mijn mening is mijn eigen mening en de visie van Peritus Consult.
